Als we de laatste geruchten rond de catwalk mogen geloven, begint eco-mode door te breken in de straten van West-Afrika.
De Ivoriaanse eco-designer Maimouna Camara Gomet heeft haar voorliefde voor mode gekoppeld aan engagement voor het milieu. Ze ontwierp een collectie waarbij alle kledingstukken volledig gemaakt zijn met gebruikte cacaoboonzakken. “Het concept heet waboua,” legt ze uit met een glimlach op het gelaat. “Het betekent dat je nooit zomaar iets mag weggooien”.
Overal in modeminnend West-Afrika treden ontwerpers in de milieubewuste voetstappen van Gomet. In Dakar zet Dasha Nicoué de toon: ook zij verenigt mode met engagement voor de natuur. Haar inspiratiebron? “Plasticafval. Je vindt het overal. Verpakkingen, plastic flessen, wikkels, enz. In Senegal worden elke dag enorme hoeveelheden plastic zakken weggegooid. En dan te weten dat het minstens 400 jaar duurt eer zo’n zak vergaan is”, zegt ze.
In Senegal, tot slot, is de steeds populairder wordende designer Oumou Sy aan het experimenteren geslagen met Afrikaanse cd’s die naar de vuilnisbak werden verwezen. Ze breekt de cd’s in piepkleine stukjes en verwerkt ze als glitters in jurken en rokken. En twee jaar geleden zijn expats die in Liberia werkten, gestart met ‘Cassawa’, een initiatief waarbij uitstekende lonen worden uitbetaald aan Liberiaanse ontwerpers en kleermakers in ruil voor prachtige fair trade kledij, zowel prêt-à-porter als op maat gemaakt.
West-Afrika houdt vast en zeker de vinger aan de pols van de mode-industrie, maar ook Oost-Afrika wordt overspoeld door een golf van eco-bewustzijn. In Kyambogo, een dorp in Uganda ten zuiden van Kampala, maken vrouwen die het geweld tussen de overheid en verzetsstrijders zijn ontvlucht halskettingen van gerecycleerd papier. Designer Pippa Small heeft haar nieuwste collectie gelanceerd voor Topshop, een toonaangevend Engelse modehuis. De collectie bevat ontwerpen met stukjes gerecycleerd koper en designs die worden gemaakt in de gure sloppenwijk Kibera.