Muntu Valdo, 36, werkt naarstig aan zijn nieuwe album. Hij zingt, speelt gitaar, harmonica en percussie. Hij doet het allemaal zelf, ook al valt dat helemaal niet op als je zijn nummers beluistert. Het lijkt wel of 10 mensen zorgen voor de sound van blues, funk en soul.
Hoewel Valdo zijn debuutalbum Moiye na Muititi (Gods and Devils) uit 2005 in Kameroen opnam met een band, doet hij het nu in Londen op zijn eentje.
Valdo groeide op nabij de havenstad Duala.
Hij nam voor het eerst een gitaar ter hand toen hij amper acht jaar oud was, en werd van jongsafaan voortdurend ondergedompeld in muziek. In de jaren ‘90 bood de Kameroense muzikant en producer Eko Roosevelt Valdo een job aan in zijn band, waarna ze het land doorreisden.
Nadat hij enkele jaren in Parijs had gewoond, toerde Valdo in 2007 door Kameroen. Die ervaring zorgde ervoor dat hij zijn land vanuit een nieuwe, frisse invalshoek kon bekijken. Kameroen is heel divers maar een heleboel Kameroeners, vooral jonge mensen, kennen hun eigen land niet,” zegt hij. Omdat hij zoveel jaren buiten Afrika heeft doorgebracht, heeft hij spijt dat hij het continent niet heeft kunnen ontdekken. “Ik ben een Afrikaan maar ik ken weinig over Afrika.”
Valdo is doorgebroken in London als een one-man bluesband die zijn concerten op blote voeten geeft. Hij gebruikt voetpedalen, knoppen en kabels om elementen van zijn liveshow op te nemen en opnieuw af te spelen, waardoor een veellagige sound ontstaat. Hij heeft het volgende te zeggen over zijn nieuwe thuis: “Ik hou van de muziekscene en ik hou van Londenaars, want ze zijn zo funky, open en vrijgevochten.” Zijn favoriete bezigheid is een goede wandeling op Brick Lane. Hij gaat ook regelmatig naar spots als Spice of Life in Soho om er jonge muzikanten te zien jammen.